Kamer keurt wetsontwerp goed met extra noodmaatregelen tegen overbevolking
De Kamer heeft vandaag het wetsontwerp van minister van Justitie Annelies Verlinden goedgekeurd met extra noodmaatregelen om de overbevolking in de gevangenissen terug te dringen. “Daarmee verlichten we de druk op onze gevangenissen én zorgen we ervoor dat straffen die nu door plaatsgebrek blijven liggen, alsnog worden uitgevoerd. Dat is belangrijk voor het gevangenispersoneel én voor een geloofwaardige strafuitvoering", aldus minister Verlinden.
Het wetsontwerp is de vertaling van het politiek akkoord van 20 maart om de druk op het gevangeniswezen te verlichten en tegelijk de uitvoering van straffen te versterken. Dat akkoord bouwt verder op de Noodwet die de regering vorige zomer al goedkeurde. De nieuwe noodmaatregelen treden in het najaar in werking.
Ze komen er in een bijzonder moeilijke context. Er verblijven momenteel ongeveer 13.500 gedetineerden in de Belgische gevangenissen. Meer dan 450 van hen slapen op een matras op de grond. Daarnaast wachten meer dan 1.500 veroordeelden in strafonderbreking op een beslissing over hun strafuitvoering en kunnen meer dan 2.300 gevangenisstraffen niet worden uitgevoerd door een gebrek aan plaatsen.
Het wetsontwerp bevat vijf extra maatregelen die de druk op de gevangenissen op korte termijn moeten verlichten.
1. Elektronisch toezicht van rechtswege
Aan bepaalde categorieën veroordeelden wordt elektronisch toezicht automatisch toegekend, als aan duidelijke wettelijke voorwaarden is voldaan. De maatregel geldt voor veroordeelden met lichtere straffen en voor veroordeelden die zich in de laatste fase van hun straf bevinden.
Zo kunnen gevangenisstraffen die vandaag door plaatsgebrek niet of slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd, toch gecontroleerd worden uitgevoerd met een enkelband. Terroristische misdrijven, zedenmisdrijven, ernstige geweldsmisdrijven en drugsmisdrijven blijven uitgesloten van deze maatregel.
2. Snellere terugkeer van veroordeelden zonder verblijfsrecht
Veroordeelden zonder geldige verblijfspapieren kunnen voortaan al vanaf 12 maanden vóór het einde van hun straf worden teruggestuurd naar hun land van herkomst, zonder tussenkomst van de strafuitvoeringsrechter. Tot hiertoe kon dat pas vanaf zes maanden voor het strafeinde.
Daarnaast komt er een tijdelijke regeling waardoor bepaalde veroordeelden met een straf tot drie jaar al na een derde van hun straf terug kunnen, zodra de nodige reisdocumenten beschikbaar zijn.
Deze maatregel versterkt en versnelt het terugkeerproces, om te vermijden dat gedetineerden zonder verblijfsrecht onnodig lang in onze gevangenissen verblijven.
3. Gerichte verlenging van vervroegde invrijheidstelling wegens overbevolking
De tijdelijke regeling voor vervroegde invrijheidstelling wegens overbevolking wordt verlengd tot eind 2027, maar geldt voortaan alleen nog voor veroordeelden met een straftotaal van maximaal drie jaar. Voor langere gevangenisstraffen wordt deze noodmaatregel stopgezet.
4. Duidelijker beoordelingskader voor de strafuitvoeringsrechter
De strafuitvoeringsrechter krijgt binnen de bestaande noodwet duidelijkere criteria om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor een strafuitvoeringsmaatregel zoals elektronisch toezicht. Daarbij wordt vooral gekeken naar het actuele risico dat iemand vormt, op basis van recente feiten en adviezen van onder meer de gevangenisdirecteur, en het Openbaar Ministerie.
5. Minder onnodige terugkeer van geïnterneerden naar de gevangenis
Ook de interneringswet wordt aangepast. Geïnterneerden die in een traject zitten met een strafuitvoeringsmodaliteit, zoals elektronisch toezicht of invrijheidsstelling op proef, mogen voortaan niet meer automatisch worden teruggestuurd naar de gevangenis als er problemen zijn.
Dat mag enkel nog als die geïnterneerden een ernstig gevaar vormen voor derden. In alle andere gevallen worden ze naar een instelling buiten de gevangenis gestuurd. Zo blijft de betrokkene zo lang mogelijk in een zorgcontext en wordt het aantal geïnterneerden in de gevangenissen beperkt.
Minister Verlinden: “Deze bijkomende maatregelen moeten op korte termijn de druk op de gevangenissen verlichten. Tegelijk blijf ik samen met mijn collega’s binnen de regering werken aan structurele oplossingen op langere termijn: bijkomende detentiecapaciteit, extra plaatsen in de zorg voor geïnterneerden, een versterkt terugkeerbeleid voor veroordeelden zonder verblijfsrecht en een verdere hervorming van de strafuitvoering.”