Minister Verlinden verfijnt wettelijk kader voor videoconferentie in gerechtelijke procedures

De wet van 25 april 2024 voerde voor het eerst een algemeen wettelijk kader in voor het gebruik van videoconferentie binnen gerechtelijke procedures. Het huidige wetsontwerp bouwt daarop voort.

"De fysieke verschijning blijft de regel. De instemming van de partijen blijft het uitgangspunt. De waarborgen voor een eerlijk proces blijven onverkort gelden. Dit wetsontwerp verandert dus niks aan die fundamentele principes, het zorgt wel voor een duidelijker en beter werkbaar juridisch kader”, zegt minister van Justitie Annelies Verlinden. 

Daarnaast verduidelijkt het wetsontwerp dat essentiële proceswaarborgen niet uitsluitend afhankelijk zijn van technologie, maar verzekerd worden door de combinatie van het videoconferentiesysteem, de organisatie van de zitting en het optreden van de magistratuur. Zo blijven onder meer het vertrouwelijk overleg tussen advocaat en cliënt, de rechten van verdediging, de identificatie van deelnemers en het recht op vertolking steeds gewaarborgd.

Digitalisering

De aanpassingen moeten ook de verdere uitrol van de IT-toepassing ‘JustCourt’ ondersteunen. Die digitale toepassing zal rechtbanken en rechtzoekenden in staat stellen om onder strikt omschreven voorwaarden gebruik te maken van videoconferentie, met respect voor alle wettelijke garanties. Deze applicatie vormt een belangrijke bouwsteen in de verdere digitalisering van Justitie.

Verder bouwen op bestaande praktijkervaring

De minister wijst erop dat videoconferentie vandaag reeds in verschillende gerechtelijke contexten wordt ingezet binnen het bestaande wettelijke kader. Het doel van de hervorming is dan ook om bestaande praktijken juridisch en technisch beter te ondersteunen.

Minister van Justitie Annelies Verlinden: “Met deze wijzigingen zet Justitie een volgende stap in de verdere modernisering van de gerechtelijke procedures, zonder afbreuk te doen aan de rechten van partijen of de kwaliteit van de rechtsbedeling.”